03 mrt Column Ellen Mertens: Van binnen vergaderen naar buiten zaaien
De eerste lentedag was toch wel op 25 februari; de dag dat ook de jaarlijkse Biohuisdag bij de Essenburcht in Kootwijkerbroek plaatsvond. Met zijn vieren (Gerard, Bart, Judith en ik) zijn we afgereisd naar het midden van ’t land. Wel jammer dat we op deze mooie dag de gehele dag binnen verbleven.
De opkomst van de bio-leden was redelijk. Tijdens de jaarvergadering van het Biohuis werd er stilgestaan bij het plotseling overlijden van Francine van Rossem, een erg betrokken lid en raadgever van de Bioraad. Het Biohuis heeft afgelopen jaar weer veel werk verzet en het gerommel met de Natuurweide is gelukkig bijna achter de rug. Dus nu de neuzen weer dezelfde kant uit en met frisse moed nieuwe projecten ontwikkelen. Het Biohuis houdt de politiek goed in de gaten. Er zit nu de nieuwe jonge minister Jaime van Essen met weinig boeren praktijkervaring, alleen met bestuurlijke ervaring. De vraag is of hij de kloof kan overbruggen tussen beleid en boerenerf. De tijd van papier is voorbij. Nu begint de tijd van laarzen in de klei. Hopen dat hij ‘biogezind’ is.
Na deze vergadering was het de beurt voor de spreker Jochem Wolthuis, een Nederlander met een Duitse moeder. Hij is een deskundige is op het gebied van Agri & Food in Duitsland. Hij gaf een presentatie over de Biomarkt in Duitsland bekeken vanuit Nederlands perspectief. In Duitsland loopt men misschien op digitaal niveau achter maar op bioconsumptie absoluut niet. Bio is in Duitsland groter omdat het daar niet als alternatief is georganiseerd, maar als onderdeel van het systeem. De nationale overheid steekt hier duidelijk geld in en neemt het voortouw om consumptie te stimuleren door onder andere overheidskantines bioproducten te consumeren. In Duitsland is de doelstelling 30 procent biologische landbouw in 2030; het dubbele ten opzichte van Nederland. Er is sprake van een lange termijnvisie. De visie om biologische landbouw en consumptie te stimuleren is overgenomen door de opvolgende regering. Om meer bio op het bord te krijgen, mogen we toch nog heel wat afkijken bij de Oosterburen.
Na de lunch was het tijd voor het actievere stuk. Er werden acht stellingen gepresenteerd. De leden werden in acht groepjes verdeeld; elk groepje bij een stelling. Ik zat bij de stelling ‘eiwittransitie’. Tja, daar had ik niet zoveel mee, maar toch als je bij zo’n interactief gesprek zit waar geprobeerd wordt te ontmantelen wat die eiwittransitie nu inhoudt en welke richting je er bio mee uit kunt gaan, dan heb je toch weer kennis opgedaan.
Aan het einde was er nog de netwerkborrel met de bekende bitterbal op deze geslaagde Biohuisdag en dan huiswaarts keren. Helaas voor onze chauffeur Gerard betekende dat filerijden. Maar goed dat wij agrariërs de meeste tijd dicht bij huis werken.
En nu is echt het voorjaar aangebroken, gelukkig maar, het zaaien en planten kan weer beginnen!

