13 apr Voorstellen kandidaat-bestuurslid Bart Geraets
Tijdens de jaarvergadering van BioLogisch Limburg op donderdag 7 mei wordt Bart Geraets voorgedragen als nieuw bestuurslid. Hij stelt zich aan de hand van een aantal vragen voor.
‘Mijn naam is Bart Geraets, en ik ben 35 jaar. Ik woon samen met mijn vriendin Leonie en ons zoontje Loet op het ouderlijk bedrijf in Baexem. Na afronding van mijn opleiding agrarisch ondernemerschap aan de Aeres Hogeschool Dronten ben ik in maatschap gegaan op ons ouderlijk bedrijf en daarnaast aan de slag gegaan als teeltadviseur bij een groenteverwerkend bedrijf voor de diepvries- en conservenindustrie. Na acht jaar hier werkzaam te zijn geweest, ben ik gestopt om mij volledig op ons biologisch bedrijf thuis te kunnen richten. Dit heb ik inmiddels overgenomen van mijn ouders.’
Wat voor soort bedrijf heb je?
‘We hebben een biologisch tuin- en akkerbouwbedrijf. Hier telen we diverse groente en akkerbouw gewassen zoals pompoenen, suikermaïs en granen. Daarnaast doen we nog agrarisch natuurbeheer.’
Wat waren je beweegredenen om een biologisch bedrijf te (gaan) runnen?
‘Mijn ouders hebben in 2000 het bedrijf omgeschakeld naar biologisch. Hierin is ook mijn interesse gegroeid naar de biologische sector en manier van werken.’
Waar wil je je als bestuurslid van BioLogisch Limburg voor gaan inzetten?
‘Ontwikkeling van de biologische sector is alleen mogelijk als er ook vraag uit de markt komt. Dit stagneert nu waardoor ondernemers niet gemotiveerd raken om om te schakelen naar biologisch. Hierin ligt ook een opgave voor provincie, overheid en andere beleidsmakers. Enerzijds het stimuleren van afzet van biologische producten en anderzijds een structurele toekomstvisie voor de (biologische) agrarische sector. Als bestuurslid wil ik mij graag inzetten om de overheid en beleidsmakers te bereiken en de realiteit van de agrarisch ondernemers helder over te brengen.’
Wat hoop je als bestuurslid te bereiken?
‘Ik hoop dat we samen met BioLogisch Limburg en de LLTB de biologische sector in Limburg kunnen blijven ontwikkelen en hier een vooruitstrevende rol in mogen hebben.’

