17 apr Column Gerard Kemper: De grillen van de regels
April doet wat ’ie wil. Maart roert zijn staart. We zijn gewend geraakt aan de grillen van het weer; de ene dag zon, de andere dag hagel. Als boer leer je daarmee omgaan. Je past je aan, denkt vooruit, en probeert er het beste van te maken.
Maar onlangs merkte ik wederom dat niet alleen het weer grillig is. Ook de regels lijken soms alle kanten op te waaien. Laatst hadden we als BioLogisch Limburg een goed gesprek met Niels Feder van de provincie. Fijn om met iemand te praten die kennis heeft van de biologische sector, zich ermee verbonden voelt en vertrouwen uitstraalt. Dat geeft hoop. Zeker nu de nieuwe POVI ter inzage ligt, waarin onder andere regels rondom het verwaarden van mest zijn opgenomen.
Op papier klinkt dat logisch: als sector willen we mest zo goed mogelijk benutten en er ook een beter inkomen uithalen. Maar als je kijkt naar hoe het in de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) staat beschreven dan zien zij het verwaarden van mest vooral door mest te vergisten. En daar begint het te wringen.
Volgens de nieuwe regels is verwerking op het eigen erf in eerste instantie niet toegestaan. Terwijl in de toelichting bij dat punt in de POVI het wél wordt gezien als een goede richting voor bepaalde stromen. Die tegenstijdigheid, daar loop ik tegenaan.
Ambtenaren zijn bij ons op het bedrijf geweest. Ik heb kunnen uitleggen hoe wij er als biologische sector naar kijken. Onze koeien lopen buiten, laten hun mest op het land vallen, en daar groeit weer gras van. Een natuurlijk systeem, zou je zeggen.
Toch stelt de provincie dat we nog maar maximaal 5 procent reststromen mogen verwerken. En daar zit de crux: gras wordt in de regels als reststroom gezien. Terwijl onze koeien voor meer dan 80 procent gras eten. Volgens de provincie ‘staat het er zo niet’, maar het ís wel zo opgeschreven.
Dat voelt eerlijk gezegd als van de zotte. Als dit de lijn wordt, dan maken we het onszelf als sector wel heel moeilijk. En dan denk ik: het lijkt soms wel alsof regelgeving dezelfde grillen kent als het weer. Of als de wereldpolitiek, waarin we ook van het ene uiterste naar het andere bewegen. Waar ligt de balans? Waar is de voorspelbaarheid die nodig is om te kunnen ondernemen?
Ik hoop vooral dat we met elkaar in gesprek blijven. Dat regels niet in de weg gaan zitten van wat we eigenlijk willen bereiken: een duurzame, gezonde landbouw. En dat we er samen met de provincie uit kunnen komen. Want boeren kunnen best omgaan met grillen, maar we moeten ze wel kunnen begrijpen.

